Het is de lucht achter Uithuizen
Het is het torentje van Spijk
Het is de weg van Leens naar Kloosteburen
En door de Westpolder langs de dijk.
Het zijn de molens en de maren
Het zijn de kerken en de borgen
Het is het land waar ik als kind nog niets begreep van pijn of zorgen
Dat is mijn land, mijn Hogeland
Het is een duiventil, een dorpsstraat
Het is een oude bakkerij
Het zijn de grote boerderijen
van Warffum, Usquerd naar Uithuizermeeden
Het is de weit, het is de haver
Het is het koolzaad in de bloei
Het is de horizon bij Ranum vlak na een donderbui
Dat is mijn land, mijn Hogeland
Het is een mooie avond in mei
Een koe hoest teneergeslagen in de groene wei
Ik heb voor de eerste maal verkering
en voel de vonken van jouw hand
De wilde plannen die ik had
daar komt bijna niets meer van terecht
totdat de nacht van het Hogeland een donker kleed over ons legt
Dat is mijn land mijn Hogeland